In de eerste figuur staan de mogelijke schakelingen getekend, in figuur twee staan de stromen bij de verschillende schakelmogelijkheden.


Bij figuur 1:
Uitleg van de schakelingen, werking en dimensionering van de toe te voegen componenten.

Deel 1. Dit is de uitgangs situatie. Zowel remlicht als mistachterlicht zijn volledig gescheiden van elkaar.
Deel 2. De eenvoudigste vorm van aanpassen.
Met een diode (Diode 1) tussen de plus draden van het remlicht en mistachterlicht, met de juiste polarisatie, zal er tijdens het remmen nu ook stroom lopen naar het mistlampje zodat deze nu ook brand. Zie hier je extra remlicht!
Het nadeel is nu dat de stroom tijdens remmen nu ook 'terugstroomt' richting de schakelaar van het mistlicht. Geen probleem, maar dan gaat ook het verklikkerlampje van de mistachterlichten op je dashboard branden.
Als je dit als een controle leuk vindt om te zien bij het intrappen van het rempedaal, dan ben je al klaar.
De diode zorgt ervoor dat als je het mistachterlicht aan hebt, de remlichten NIET gaan branden. (de diode laat stroom slechts in één richting door, vandaar)
Deel 3. Twee extra componenten.
-Diode 2 blokkeerd nu de stroom die terugstroomt in de draad van de mistlampen. Zo zal je verklikkerlampje niet branden tijdens het remmen. Ook hier is de polarisatie dus specifiek.
-Weerstand 1 zorgt ervoor dat de extra felheid van de mistlicht t.o.v. het remlicht gelijk getrokken wordt. Nu zullen de twee lampen samen tijdens het remmen even fel branden, terwijl het mistlicht als mistlicht geschakeld wel normaal fel brand. Dat laatste is, dankzij de diodes onafhankelijk van het remlicht.
Nu even rekenen om niet te zorgen dat het per ongeluk afbrand door gesmolten onderdelen.
Gebruik de standaard boordspanning van 12 Volt. Zowel het gloeilampje van rem- als van mistlicht is een 21 Watt uitvoering. (de extra felheid van het mistlicht zal wel in de vorm van de reflector zitten!)
Ik reken even per kant, dus voor links één schakeling opbouwen, en voor rechts nog één
De diode zal, in welke schakelvorm dan ook, de stroom voor één lampje doorlaten.
Die stroom is (wet van Ohm, V = I x R en P = I x V ): P(21) = I(i) x V(12) ofwel I = 21 / 12. Dus I = 1,75 A (ampere). Ieder diode zal deze stroom in doorlaatrichting moeten kunnen verdragen. Alle andere specs zijn niet van belang. De weerstand van de lamp is: V(12) = I(1,75) x Rl(r) ofwel R = 12 / 1,75. Dus Rl = 6,86 Ohm.
De weerstand. Hiervoor maak ik even een aanname. Ik gok dat de extra felheid, die de weerstand gaat dempen, 15% moet afnemen om gelijk te komen met het remlicht. De weerstand moet een spanningsval veroorzaken die 15% van 12 V is. Dat is 1,80 V (de lamp krijgt dan 12 - 1,8 = 10,2 V). Nu is het een kwestie van verhoudingen. 10,2 V valt over 6,86 Ohm, dan valt 1,8 V over: (1,8 / 10,2) x 6,86 = 1,21 Ohm.
De weerstand moet dus 1,21 Ohm zijn (hebben?). Dat treft, 1,2 Ohm is een standaard waarde, en dus makkelijk verkrijgbaar.
We zijn er nog niet. In de totale keten is nu 1,21 + 6,86 = 8,07 Ohm over 12 V aangesloten. Hierdoor loopt een stroom van I = 12 / 8,07, ofwel 1,49 Ampere (zie je wel, 85% van 1,75 is 1,4875). Omdat deze stroom in de weerstand warmte ontwikkeld, moet deze een bepaald vermogen kunnen verdragen om niet door te branden. Weer rekenen. P = I x V dus P(watt) = 1,49 x 1,8. P = 2,68 Watt.
De weerstand moet dus minimaal 2,68 Watt kunnen 'verstoken'. Nu is 5 Watt een standaard, en prima. Hier is overdimensioneren niet erg, alleen maar veilig.
Een laatste overweging. Met de extra lampen bij de remlichten, blijft de zekering dan wel in tact? In een SW20 is de zekering voor de remlichten een 10A type. Met maximale belasting, en ik reken even zonder weerstanden hier, heb je vier i.p.v. twee lampen van 21 Watt. Dus 4 x 1,75 A = 7,0 Ampere. Dat moet de zekering kunnen hebben. Mooi. (exact is het 2 x 1,49 + 2 x 1,75 = 6,48 Ampere)


Bij figuur 2:
Stroomschema bij de verschillende schakelmogelijkheden Deel 1. Alleen remmen. De eenvoudigste modificatie. De pijlen geven aan hoe de stroom loopt van je geen mistlicht aan hebt, maar wel remt (rood). Zo komt het dus dat het verklikkerlampje gaat branden (oranje), die zit aan de zelfde draad als het mistlampje zelf.
Deel 2. Alleen remmen. De functie van de weerstand is niet in een tekening te vatten. Die van diode 2 wel. Deze blokkeerd bij remmen de stroom richting verklikkerlampje.
Deel 3. Alleen mistlampen aan. Nu blokkeerd diode 1 de stroom zodat niet de remlichten gaan branden als je de mistlichten aan hebt.
Deel 4. Remmen met de mistlampen aan. Biede lampen krijgen stroom van twee kanten. Diode 1 en de weerstand spelen eigenlijk geen rol. Zodoende brand nu ook tijdens het remmen het mistlicht gewoon met de originele felheid.
Ik had al aangegeven dat het het beste is deze paar componentjes dicht bij de lampen te plaatsen. Dit omdat de draden van links en rechts uiteindelijk bij elkaar komen in één bundel. Dat is gewoon moeilijker werken. En het kan zo zijn dat L en R hier al tot één draad zijn samengekomen. En dan bedien je ineens twee sets lampen met één set componenten. Daar is dit voorbeeld niet op berekend. Indien nodig, dat mag je zelf doen.
Ik hoop dat het duidelijk is. Succes met knutselen. O, ik wens geen aansprakelijkhied te aanvaarden voor de gevolgen van fouten in de tekening, de interpretatie daavan of de uitvoering in praktijk.
