Hallo mijn naam is ronald en ben hier nieuw op het forum,daarom maar ff voorstellen dus.
Ik rij al meer dan 8 jaar in een mr2,momenteel heb ik nu de derde mr2 uit 1992 en rij altijd met plezier in de zomermaanden in de auto,winters de garage in en word geschorst.
Nu heb ik vandaag dagrijlichten gekocht en gemonteerd in de bumper net boven de mistlampen,nu mogen dus deze niet gelijktijdig branden met de dimlichten en heb dit uitgezocht en wil dit ook aan anderen laten zien hoe ik dit heb opgelost ZONDER een extra relais dus.
heb een schemaatje getekend en hoop dat het duidelijk is voor anderen,het foefie is eigenlijk de mindraadje van de dagrijlicht aansluiten op de + draad die achterop de dimlamp zit,in mijn geval de rood/groene streep draad,de + draad dagrijlamp zit gewoon op de stadslamp aangesloten.
Als je nu het dimlicht aan doe komt er op de - mindraad de plusspanning en gaat de dagrijlampen uit,werkt perfekt.
Ik doe het altijd op deze manier.
Je moet even naar de site waar je foto staat bijvoorbeeld imageschack
dan staat er rechts, links to share this image klik daar op en dan kan je daar kiezen tussen Link en direct, copy de link van direct naar het foto toevoeg sjabloon --> deze en klik ok
wat je ook kan doen als het ergens anders staat vaak is, rechter muisknop op de foto en dan afbeeldingslocatie kopieren en dan plakken in -->
Dit werk in firefox makkelijk.
anders gewoon rechter muiknop op de foto en dan eigenschappen en dan het adres(url) kopieren en plakken in --->
hoop dat ik het een beetje duidelijk heb gemaakt zo.
Volgens de wetgeving mag dat niet via een schakelaar en moeten deze automatisch uit gaan als de dimlichten worden ontstoken.
Ik weet niet of er bij een APK keuring naar gekeken word???
Ook moeten ze uitgaan als je mistlampen aandoet,heb al de oplossing op papier gezet,zie foto.
Wetgeving Dagrijverlichting
Verplicht vanaf 1 jan 2011
Reglement nr. 48 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) — Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen betreft:
6.19. DAGRIJLICHT (Reglement nr. 87) [13] 6.19.1. Aanwezigheid Verplicht op motorvoertuigen. Verboden op aanhangwagens. 6.19.2. Aantal Twee. 6.19.3. Opstelling Geen bijzondere bepalingen. 6.19.4. Plaats
6.19.4.1. In de breedte: het punt van het zichtbare vlak in de richting van de referentieas dat het verst is verwijderd van het middenlangsvlak van het voertuig, mag zich niet verder dan 400 mm van het punt van de grootste breedte van het voertuig bevinden. De binnenranden van de zichtbare vlakken in de richting van de referentieas liggen ten minste 600 mm uit elkaar. Deze afstand mag tot 400 mm worden verminderd als de totale breedte van het voertuig minder dan 1300 mm bedraagt.
6.19.4.2. In de hoogte: boven het wegdek, ten minste 250 mm en ten hoogste 1500 mm.
6.19.4.3. In de lengte: aan de voorkant van het voertuig. Aan dit voorschrift wordt geacht te zijn voldaan wanneer het direct uitgestraalde of indirect via de achteruitkijkspiegels en/of andere weerkaatsende oppervlakken van het voertuig weerkaatste licht de bestuurder niet hindert.
6.19.5. Geometrische zichtbaarheid Horizontaal: 20° naar binnen en naar buiten. Verticaal: 10° naar boven en naar beneden. 6.19.6. Richting Naar voren. 6.19.7. Elektrische schakeling De dagrijlichten worden automatisch ingeschakeld wanneer de inrichting waarmee de motor wordt aangezet en/of afgezet zich in een zodanige stand bevindt dat de motor in werking kan zijn. De dagrijlichten worden automatisch gedoofd wanneer de mistvoorlichten of de koplichten worden ontstoken, behalve wanneer deze laatste worden gebruikt om met korte tussenpozen onderbroken lichtsignalen te geven [14].
Bovendien branden de in punt 5.11 bedoelde lichten niet wanneer de dagrijlichten ingeschakeld zijn. 6.19.8. Verklikkerlicht Inschakelverklikkerlicht facultatief. 6.19.9. Andere voorschriften Geen